tonio-alsoscarwildeboven

“Tonio” van A.F.Th van der Heijden

De titel, het portret op de omslag, de gebeurtenis, de term roman, het deed in mij de verwachting ontstaan dat ik kennis zou gaan maken met Tonio, de jongeman zelf. Wat ik lees zijn stukjes uit het werk en leven van de auteur en beschrijvingen van hoe hij zijn requiemtekst aan het schrijven is. Van der Heijden speelt met het associatieve karakter van herinneringen, zo rijgt hij passages aaneen. In een detectiveachtige reconstructie beschrijft hij de laatste dagen van Tonio’s leven. Het is een compositie van herinneringen, dagboekpassages en beschrijvingen van vrienden, familie en gebeurtenissen, beelden die Tonio oproepen.

De lezer maakt slechts zijdelings kennis met Tonio, via de bevooroordeelde ogen en pen van zijn vader. Van der Heijden geeft zelf ook aan dat hij nieuwe schrijftechnieken moet ontwikkelen om Tonio in al zijn levendigheid terug uit de dood te kunnen halen, iets waar hij nu niet in slaagt. Wat de schrijver wel toont is de onmachtige strijd met het lijden, hij toont zijn eigen strijd, hij toont zichzelf. We zien de eindeloze herhaling van gedachtes, gevoelens en handelingen, de circulaire kwelling om het besef uit te stellen, het ‘ergste van het ergste’, het besef van de dood. De doodsangst zegeviert, het bewustzijn vernauwt, verdoofd met pillen en alcohol, in een poging te vergeten wat niet vergeten zou mogen worden. Het feit dat Tonio dood is, betekent immers ook dat hij leefde. Een leven waar een roman mee gevuld zou kunnen worden. Helaas overleeft slechts de dood.

Van der Heijden geeft zich met Tonio bloot. Met dit gevoelige onderwerp betreedt A.F.Th. een lastig gebied waar persoon en tekst met elkaar verstrengeld zijn. Hij heeft er niet voor gekozen om de tijd zijn werk te laten doen waardoor er sprake had kunnen zijn van abstractie, van waaruit hij tot een dieper inzicht had kunnen komen. Van der Heijden koos voor de directheid van het moment, de verbeelding van het lijden, de weigering van berusting, emotioneel zonder verstand. Van der Heijden laat de gebroken schrijver zien, bloedend, het verdriet wegsijpelend in hem, in zijn woorden, in een omweg van gevoel, de ervaring van de existentiële pijn zelf ontwijkend.

Waar Van der Heijden de roman vol ‘lult’ – in zijn eigen woorden – met veel van diezelfde pijn, daar is hij stil wanneer hij een interessant gegeven raakt. Aan het einde van de lange donkere tunnel heeft A.F.Th. dan toch een lichtje gevonden. Hij eindigt zijn roman met een toon van hoop. Niet alles gaat verloren bij het sterven.

bron: Athenaeum.nl

 

Meer blogs

26 juli 2016

Marinus van den Berg bij De Verwondering

Volgens Marinus van den Berg leunt de hedendaagse omgang met afscheid en dood te veel op de gedachte dat het leven maakbaar is. Lijden is taboe.

Lees meer